woensdag 22 oktober 2008

4. Over overvloed.


Relaxed schommelend in m’n hangmat, nibbelend van een exotische, versgeplukte fruitsalade, die me net vanuit het restaurant met een tandpasta-smile en een vriendelijke buiging is bezorgd, terwijl m’n natuurliefhebbende man de eerste zelfgevangen kokosnoot met een zolang geleende machète opensplijt, besef ik het weer: Thailand is het land van de overvloed. Hier op dit strand alleen al is het mogelijk om jezelf tot op het bot te laten verwennen in ’t spa & wellnesscentre, of jezelf tot op de bodem leeg te laten lopen door middel van een vastenprogramma met klismakuur, in een ‘resort yourself out’.

In Thailand is alles aanwezig wat je je als bezoeker maar in je hoofd kan halen.
Last van een beetje zure rug of moeie schoudertjes? Overal vind je hutjes waar je vakkundig gemasseerd kunt worden.
Zere voeten van het shoppen of te lang gestrandwandeld? De kokette meisjes kneden er weer leven in en knippen en veilen en passant ook maar even de teennageltjes en eeltknobbeltjes bij.

Vele malen per dag sta je hier voor een onmogelijke keuze. “Wat zal ik vanochend,-middag, -avond , tussendoor of nu weer eens eten?”. De keuze is overweldigend, vingeraflikkend en gehemeltestrelend. Overalom je heen kun je kiezen uit overvloedige maaltijden, met verse fruitshakes, zoetigeheid, zuur, pittig, hele varkens op de BBQ, de eenden zijn bijna zelf aan het spit gevlogen, met vers fruit volgeladen pannekoeken, vlees, vis, vega en nog veel meer, is iets waar je makkelijk een dagtaak aan kunt hebben.
Bomen vol bananen, mango’s en allerlei andere exotische vruchten waarvan de namen onuitspreekbaar zijn en de smaak onbeschrijflijk. En natuurlijk niet te vergeten; de geliefde en supergezonde kokosnoten die letterlijk voor je voeten vallen.
Openbaar vervoer is hier prima geregeld en brengt je snel en goedkoop van A naar B via C. Je kunt overal in- en uitstappen en kiezen uit local of airco bus, trein, vliegtuig, taxi (liedjes zingen met de taxichauffeur terwijl je gefilmd word behoort ook tot de oneindige mogelijkheden), boot (ferry, longtail, catamaran), tuktuk, riksja, brommer, fiets, jetski, quad, jeep, motor, alles is te huur. Je huurt zelfs een heel huis voor 66 euro per maand.
Overal struikel je over de spa's, resorts en verwenhuizen.
Helaas ligt “Chillway to heaven” vaak vlak langs de “Bier hier!bar”.
De Thai zijn meesters in elkaar copieren, dus daar waar één spa, of bar, over de dam is....

Het lijkt hier ook altijd feest; Volle maan, halve maan, geen maan, de koning heeft gesproken of er word weer een zoveelste gouden tempel geopend... alles word uitbundig gevierd. Het nieuwjaarsfeest duurt bijvoorbeeld zeker vijf volle dagen en één groot poeder- en watergevecht, waar jong en oud enthousiast aan meedoet.
Er is een overdaad aan natuurschoon en bijna het hele land is natuurpark. Onbedorven jungle, machtige rotspartijen, enorme en pietluttige watervallen, rustige - en raftrivieren, moerasland en berggebieden. Paradijs voor de natuurliefhebber.

Maar ook de beruchte sextoeristen komen hier ruimschoots aan hun trekken. Er zijn hele stadjes ingericht waar je meisjes kunt huren per stuk, per twee, per groepje, per uur, per nacht, per week, per maand, of voor je hele leven. Je kunt ze geld geven, eten, kleding of sieraden. Gaat je voorkeur uit naar jongens, ook daaraan geen gebrek. Gaat je voorkeur uit naar een jongen, maar wil je dat die er als een meisje uitziet? . Met borsten, zonder borsten, alles naar smaak.
Ze jagen overal op klanten en vallen zelfs soms mannen lastig, waarvaan de vriendin of vrouw even een winkeltje in is geschoten.

Thailand staat namelijk wereldwijd bekend om zijn ranzige sexindustrie en jaarlijks trekken de hoeren meer bezoekers, dan de hilltribes.
’t Is zelfs zo erg dat ik ooit op de heenweg in het vliegtuig, hartelijk uitgelachen ben door twee sexbeluste randfiguren die gewoon niet konden geloven dat ik Thailand bezocht voor de prachtige natuur, cultuur en het heerlijke eten.
En alhoewel het land duizenden beschermde natuurparken heeft; een deel van het culturele erfgoed word nu ingeleverd of ingezet om de toerist te behagen. Zelfs in die mate, dat het nu deel uit lijkt te maken van hun cultuur.
****
Nu is sexualiteit zowiezo heel open hier. Vrouwen leven hier niet in de onderdrukking van hun sexualiteit zoals in veel Aziatische landen, maar voelen ze zich vrij met hun lijf en hun leven.
De Thaise vrouwen zijn een voorbeeld van durven laten zien wie je bent en wat je wilt en ik kan daar nog een voorbeeld aan nemen. Geen enkele schroom voor afwijzing lijken ze te hebben en gaan gewoon voor de man die ze begeren, ook al zit de vriendin -in dit geval ik- lachend aan z’n zij. Ze steken hun belangstelling niet onder stoelen of banken en houden hun handen niet graag thuis. Maar ze doen dit met zoveel gevoel voor grap en grol en met zo’n brede lach, dat je niet anders kunt als meelachen als de kokkin uit de keuken komt en aan je man bevallig het menu aanbiedt en zichzelf.

In dit land hoef je als vrouw ook niet bang te zijn om lastiggevallen te worden door hitsige kerels, ook al loop je in een topje en hotpants. Nee, het is dus eerder je eigen lief die je in de gaten moet houden. Elke keer als ik Vlad even uit het oog verlies, vind ik hem terug tussen een groepje giechelende beelschone vrouwen die in hem een lekker hapje zien. En eerlijk is eerlijk, dat issie natuurlijk ook.

Zo jammer eigenlijk dat Thailand de afgelopen jaren in zulke sterke mate is vervuild door het massatoerisme en hun eigen liefde voor Westers geld.

Rustige strandjes en bamboo - en palmbladen hutjes, die decennialang bewoond werden door drop-out hippy’s en backpackers, hebben door de jaren heen veelal plaatsgemaakt voor luxe resorts en worden nu bevolkt door lifestylelekkerbekken en flashpackers . De overheerlijke Thaise keuken is dapper aangevuld met ‘westers’ voer zoals hamburgers, friet, pancakes, pizza's en spagettí’s en falafel (gek genoeg ontbreekt het voor ons zo ingeburgerde en door Adam Curry ooit : “tiepies Hollands” genoemde broodje shoarma) en worden met een even brede glimlach voor je klaargemaakt. Jammer alleen dat ’t vaak net nergens naar smaakt.
Neem ons ouwe vertrouwde bakkie leut .
In het uiterste noorden, struikel je over de ter plekke biologisch geteelde Arabica koffie, verwekt in de allerheerlijkste vingeraflikkende bekerleegschrapend lekkere icecappucinoshakes, maar hier in het zuiden is het hele andere koek.
Als je hier ooit ‘n verlaten bekertje ziet staan met een slap drabje van onbestendige, groenbeigebruine kleur en geur, kun je er bijna donder op zeggen dat het de Thaise versie van een kop koffie is, teleurgesteld achter gelaten door een koffieminnende westerling.
Op de eilanden vanThailand drink je dus geen koffie, maar thee, fruitshakes, water, bier en Thai whisky, een goudbruin goedje dat eruitziet als rum en smaakt naar rum, maar wat ze consequent whisky blijven noemen, en mushroomshakes; de met psychedelische paddestoelen verrijkte tripversie van een fruitshake.

Je kunt je, samen met al die verschillende manen, de feestjes hier dus wel voorstellen....
Thailand staat niet voor niets wereldwijd bekend om de fullmoonparty’s.
Vooral als je daar alle andere drugs bijtelt die hier beschikbaar zijn. Hiervoor hoef je overigens niet naar een louche dealer; je koopt ‘t gewoon bij de drogisterij. De zogenaamde fun-farmacy. Uppers en downers, in vaste vorm of vloeibaar, valium, kavakava, speed bevattende afslanktabletten, de hele mikmak gaan er bij de meestal jongere toerist makkelijker in als de befaamde banana-chocolat pancakes en zijn ook nog goedkoper.

Het voormalige Siam is dus een uitstekend land om gewend te raken aan overvloed. Vertrouwen krijgen in het feit dat er van alles genoeg is. De tiepischeThai is ook vooral ingesteld op geluk. Ze zien blijkbaar beter dan wij, wat ze allemaal hebbenen al is dat maar weinig, ze zijn nooit te beroerd om alles met je te delen.
Dat lijkt in ons eigen kikkerlandje wel ooit anders, waar ik vaak het gevoel heb te moeten vechten voor m’n plekkie, voor mijn portie, mijn deel.
Maar gelukkig: ons kleine landje van overvloed, dat leeft met het gevoel van tekort, lijkt nu eindeloos ver weg...

En hier kan ’t gewoon niet op.
Maar om overvloed te kunnen ervaren geldt, merk ik, wel een belangrijke voorwaarde: Je moet open zijn om te kunnen ontvangen. Kunnen zien wat er allemaal voor moois in je leven is.
Genieten van wat je hebt.

Rare opmerking misschien voor iemand die leeft als 'n Godin in Frankrijk, maar ook hier kan ik, net zo goed als thuis, letten op wat er allemaal niet klopt, niet in orde is of ontbreekt.

Alle aandacht bij wat er mis is, is de nekslag voor elk gevoel van overvloed, waar je je ook bevind. Een gewoonte waar wij Nederlanders erg goed mee uit de voeten lijken te kunnen. Het lijkt er soms wel op of we onvrede met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Of we graag overal nadelen en obstakels zien. Een nare gewoonte.
‘Ja maar’ lijkt niet voor niks zoveel op ‘jammer’.

dinsdag 14 oktober 2008

3. Plaats van bestemming

Na enig heen en weer gedreutel en rusteloos gezoek, vinden we ons voorlopige stekkie. Alhoewel ik het plan had, om op haad yuan strand te gaan wonen, wordt al meteen duidelijk dat iets willen, hier niet meteen betekend, dat ’t zo dan ook gaat zijn. Hier gelden hele andere wetten. Het toeval heeft een stevige lepel in de pap te roeren en daar kun je je ook maar beter meteen bij neerleggen als je niet geheel gefrustreerd door de dag wilt stijgeren.
De boottaxidriver schudde al bedenkelijk z’n hoofd, toen ik zei waar we graag naartoegebracht wilden worden. “Big waves, no go”, was het kort maar krachtige antwoord waar we het mee moesten doen. Hier is niet de klant koning, maar de natuur. Als de golven te hoog zijn, is het te gevaarlijk om op het eerste en breedste strand van deze drie-eenheid te aan te meren. Het middelste strand ligt blijkbaar in een iets rustigere baai en biedt meer perspectief om heelhuids en nog een beetje droog aan land te gaan. Ik had me dus een aantal uurtjes dubben, afwegen en overleggen kunnen besparen: haad tien is het enige strand waar de boot nu land. And so be it.
Wij zelf leggen aan bij het eerste het beste restaurant, waar we onze tassen droppen en ik meteen een oude bekende in de armen kan vliegen, die daar heerlijk weggezakt in de kussens, samen met nog wat gezellige luitjes ligt te genieten van een mango-chocoladepannekoek. Nancy is een oud vriendinnetje die giechelend door het leven zweeft, en hier officieel leeft sinds ze 4 jaar geleden haar flat in London verkocht en besloot een boek te gaan schrijven vanuit haat hangmat, op een laptop die stroom kreeg via een autoaccu, over waarom je geen schoenen nodig hebt (als je afgestemd bent op je innerlijke raadgever , zorgt het Universum ervoor dat je je voeten niet stoot). Ze heeft zichzelf inmiddels opnieuw uitgevonden, haar boek is bijna klaar en ze heeft haar naam veranderd van Nancy iets Duits, naar Xian Alana LomiKoling. Geen schoenen dus, maar wel een al te exotische naam, die ze blijkbaar gechanneld heeft gekregen.
Hilariteit alom wanneer ik maar meteen, heel aards met de deur in huis val, als ik m’n lief voorstel met de mededeling dat ik nu m’n eigen minnaar mee heb gebracht, omdat dit strand zo liefdevol is, dat ’t sex blijkt te zijn ontgroeid. Vooral als ik met m’n ongeoefende Engelse tongval het woord brought uitspreek als bought, wat impliceerd dat ik ‘m onderweg ergens heb gekocht.
Na onze eerste versfruitshake van de dag en lekker noodlesoepje, kruipt de behoefte tevoorschijn aan onderdak; een plek waar we onze tassen thuis kunnen laten en we onszelf uit kunnen klappen. Na achtereenvolgens een 12 urige vliegreis, ’n evenzolange treinreis, een aantal uren ingeklapt op de grond van een overbelaadde ferrie, een ademstokkende taxirit en wilde, natte boottocht zijn we daar wel aan toe. Toevallig heeft dit restaurant ook hutten en toevallig komt er net een vrij, toevallig ook nog de beste ligging voor de laagste prijs. Hmm, dat toeval heeft wel wat...


Een pittoresk, houten bungalowtje, midden in een cocospalmenbos. Een mooi, klein verandaatje met hangmat en een ommuurde buitendouche onder de bananenboom. Die willen we wel!
We nestelen ons gretig in deze droomhuisje met zacht bed (de bedden zijn altijd heerlijk ruim maar helaas wel meestal van het type ‘breek je rug gerust’) en worden meteen vriendjes met onze medebewoners: de minimieren die een snelweg hebben lopen langs de deurpost van de badkamer, een zeker veertig centimeter lange gecko, die s'nachts z'n lied begint te zingen met z'n eigen naam als refrein, dikke kont -mieren die als een ware antgine samenwerken om onze verspilde cocoskruimels te vervoeren en een vet dikke spin die meteen in onze voor het eerst uitgepakte tas z’n huis bouwt. De hangmat word uitgebreid in gebruik genomen, het bed gechecked op insektenpoepjes en kakkelakken. De eerste douche onder de blote hemel is een hemelse zegen.
Nu kunnen we eens om ons heen beginnen te kijken.
We leven dus in de coconutgrove; een gezellig, romantische plek, in het centrum van het strand en toch geen directe buren. Ideaal maar niet ongevaarlijk, want we moeten uitkijken dat onze schedel niet open gespleten word door een vallende noot; doodsoorzaak nummer één in de jungle. Gevaarlijker dan slangen- , schorpioenen-, of spinnenbeten.
Zoals wij de droomplaatjes kennen van een hangmat tussen de cocospalmen, is dus eigenlijk vragen om moeilijkheden, behalve als je de noten eerst naar beneden hebt gehaald of de bomen nadrukkelijk uit elkaar groeien.
En dat is makkelijker gezegt dan gedaan, die noten plukken. De bomen worden tientallen meters hoog, een dunne stam zonder zijtakken. De noten hangen hoog, droog en veilig in de bladertop. Er schijnt in dit land een twee-jarige opleiding cocosnootplukker te bestaan, waar de studenten leren klimmen met alleen de hulp van een touw wat ze om de stam heenslaan, waarna ze zich als apen omhoogwerken.

Eigenlijk is het net als bij ons in een drukke stad een straat oversteken, alleen hier kijk je niet links en rechts, maar omhoog en zorg je dat je onder de boomtoppen vandaan blijft in plaats van onder de auto's.

Het moge duidelijk zijn: dit is de rimboe. Horloges kunnen af, agenda’s laten we onderin de tas verdwijnen, mobiele telefoons zijn nutteloos zonder netwerk. Als het donker wordt, is het nog echt donker. No electricity. Een oliebrander is ons nachtlampje. Om een stukkie te lezen heb ik een zaklampje op m’n hoofd. Als we s’nacht naar de plee moeten, steken we een kaarsje aan dat vastgesmolten zit op een steen of schelp. Niks te oceanbreeze of airwick rose; een ouderwets wierookje dient hier als toiletairia. We spoelen onze reet af met een plonsje water uit een plastic bakje dat we vol water scheppen uit een stenen pot, die tegelijkertijd dienst doet als wasemmer.
Ons leven in de jungle is officieel begonnen...

2. No night in Bangkok


Na een dikke 12 uur in het vliegtuig, ziek van de hooggespannen verwachting en het laag-bij-de-grondse vliegtuigprakje, valt Bangkok als een zware, hete, stinkende, natte deken over ons heen.
Gelukkig weet ik na al enkele eerdere bezoeken dat we het van Bangkok niet moeten hebben.
Bangkok, de stad der engelen, is allang door God en z’n medewerkers verlaten en is ontdanks de vele uitbundig aanwezige boeddha’s en tempels, door de toeristenjaren heen verandert in een ware poel des verderfs.

We zien er gelukkig te bereisd uit om lastig gevallen te worden door de netjes in het pak gestoken, zogenaamde zakenmannen die, voor de geloofwaardigheid opgesteld bij de tempels, verhalen over de unieke ‘grijp deze alleen vandaag nog enige mogelijkheid om Thaise studenten te helpen en tegelijktijd zelf rijk te worden door gemstenen sieraden te kopen en die met grote winst in eigen land weer van de hand te doen’-kans; de groots opgezette zwendel, die menig onschuldig en goedgelovig toerist, zoals ik ooit was, al een poot heeft uit gerukt.
Ook ontkomen we aan de met date-rape drugs vergiftigde drankjes, die worden ingezet om toeristen volkomen beroofd, berooid, al hun bezittingen en een aantal illusies armer, voor dood achter te laten in een van de vele duizenden stinkende steegjes. De dader een paspoort, wat cash en een creditkaart rijker; een buit die weer verpatst zal worden op de zwarte markt.
De straatschoffies zijn hier scherper geslepen , dan de meest schitterende nepdiamant.


Mijn lief kijkt zijn ogen uit en laaft zich aan alle aandacht waar de Thaise vrouwtjes nu eenmaal elke mannelijke toerist mee overladen en de gekkigheid van deze gesjeesde stad. De eindeloze stroom van nagellakkleurige, toeterende taxi's, tetterende tuktuk's, roekeloze riksja's, wandelende winkeltjes met allerhande prullaria, middelmatige muziek die vanuit provisorisch opgezette tentjes de straten opeisen, krappe kraampjes met fruit, knapperig gefrituurde krekels, spinnen, torren en wormen. Gouden tempels, ladyboys, massagesalons en pingpongshows.
Bangkok, de stad der engelen, in de ban van het aardse slijk.

Het is een heerlijke kakefonie van geuren, kleuren, flikkerende verlichting, roepende verkopers en toeterende taxi’s. Ik voel ik me echter moe en een beetje verloren in alle drukte en lawaai.
Zweten doe je hier als een kaas, die te lang op een te hete feesttafel heeft gelegen en schone frisse lucht is hier slechts een luchtspiegeling.
Ik ben geirriteerd, maar heb niet door dat ’t vermoeidheid is. Ik voel me als een te strak uitgewrongen dweil. Ik mopper, ik zeur en ik zwijg.

“You want massaaaage!?!”, hoor je hier op elke straathoek., maar op dit moment is het alsof ik eindelijk de engelen hoor zingen en de hemel nabij is. Hoogste tijd om die strakgespannen kabels in mijn nek eens liefdevol te laten kneden en dat topzware westerse hoofd te laten rusten in de handen van iemand die wél weet wat ze ermee aanmoet.

Thailand staat wereldwijd bekend om z’n Thai-massage. Een techniek die z'n wortels heeft in drukpuntmassage en die je lichaam in alle bochten en kreukels duwt, om de in het leven opgelopen bochten en kreukels er vakkundig uit te strijken.
Na een dik uur kreunen en gillen en zuchten en steunen (ik wist niet dat m'n lichaam na al die jaren yoga en stretchen toch nog zo stijf kon zijn) en een dikke vier euro lichter, slaat de jetlag eindelijk bewust en genadeloos toe. Ik zwalk de massagesalon uit als had ik al een zware, alcoholbenevelde nacht achter de rug en ik word belaagd door het beruchte manneke met de loodzware hamer, die met blijkbaar met tijdsreizigers net zoveel opheeft, als met al te uitbundige feestbeesten.
En eindelijk wil ik helemaal niets anders meer dan liggen in een lekker fris bedje. Oogjes dicht en snaveltje toe.
Wegwezen hier, zo snel mogelijk en slapen slapen slapen.

De nachttrein in dus. Meteen vanochtend al geboekt naar onze reisbestemming; een paradijselijk, nog onbedorven strand op een eiland in de golf van Thailand dat ik vier jaar geleden met tranen in m’n ogen en beloftes van snelle terugkeer, heb verlaten. Terug naar 'huis' is alles wat ik wil.


Tevergeefs probeert de sensuele cadans van de nachttrein, mijn rusteloze hart te overstemmen.
Vanuit onze comfortabel plek, tussen plastieken tasjes vol lekkernijen, zien we Bangkok aan ons voorbijschuiven. Schommelend en ratelend bewegen we ons langs de in kaars- en kerstverlichting gedompelde, schijnbaar gezellige armoede van de bijna tegen de spoorlijn aangevallen krottenwijken, bestaande uit louter golfplaten als bescherming tegen de blote sterrenhemel en donkere gangetjes als vluchtwegen. Mannen spelen lichtbeneveld een bordspel met bierdopjes, brommerkarkassen worden door geconcentreerde jongeren hoestend tot nieuw leven gewekt. Kindertjes zwaaien vrolijk naar de ‘rijke’ mensen in de voorbijstommelnde trein, een dagelijks terugkerend spel. Schotelantennes als hongerig gapende dinosaurusbaby’s, dienen vaak als voorraadkast. Hier en daar flikkert een drukbekeken t.v als een modern haardvuur. Schone was hangt te drogen in de rookpluimen van brandend afval. De grauwbruine woonstallen steken extra mat af tegen de uitbundig glunderende gouden buurmoskee die bevolkt word door fladderende, feloranje lappen.

Ik probeer te genieten van de treinreis en het feit dat ik in deze ondergewaardeerde rijkdom leef. Ik verlang ernaar om door het geluid en beweging van de trein in slaap gewiegd te worden, maar ik word alleen maar misselijk deze keer.
Misschien had ik dat voorgepelde fruit toch maar beter niet meer kunnen eten...

Na een half doorwaakte nacht en een bruukse verstoring uit de toch nog op het laatst gepakte nachtrust rennen we slaapdronken en met onze zwaar overbeladen rugzakken, opgehitst door een GO NOW GO NOW!! schreeuwende, rondrennende reisleider, naar een bus die ons naar de pier brengt alwaar de boot wacht die ons naar het eiland zal vervoeren. De nog steeds aanwezige, sluimerende misselijkheid komt in de denderende bus tot een hoogtepunt, waarna ik in een van onderen lekkende plastieke tas probeer te kotsen. Gelukkig duurt de reis maar anderhalf uur en hoeven we maar twee keer onnodig over te stappen.

De bootreis brengt me enige verlichting; doordat het nu buiten net zo hard schommelt als in m’n buik, lijkt een en ander elkaar op te heffen. Het uitzicht is prachtig en we hebben een goeie plek weten te bemachtigen tussen een mix van bleke, beetje onzekere nieuwkomers en duidelijk nonchalantere, zwaar ervaren bruingebakken reizigers. De warme zonnestralen strelen m’n bleke winterhuidje terwijl de wind liegt over de temperatuur. Ondanks of dankzij het slappe toeristenbroodje, kom ik weer wat meer tot mezelf. Wie dat dan ook moge zijn op dit moment.
Na de ferryboot-reis nu enkel nog een dolle taxirit over een gesjeesd rollercoasterweggetje door de bergen; met de inmiddels toch wel hele zware tassen naar de pier; onderhandelen over de taxi-bootprijs (go now or wait for more people?) om na een longtailboottripje gedropt te worden op mijn langgekoesterde wensstrand.
We zijn er!
Ik kan neervallen.

1. Op zoek naar vrijheid.




Vakkundig wordt mijn lichaam in de meest onvoordehandliggende bochten gemanipuleerd en tot de uiterste houdbaarheidsdatum gerekt. Uit mijn mond ontsnapt een onmogelijke kreun: het geluid van uitgewrongen longen. Mijn knie bevind zich tegen m’n oor, ik lig half in de spagaat met een klein, bruin lijf door mijn ledematen heengevlochten en terwijl ik moeizaam kreunend naar adem snak, kijk ik in een paar twinkelende ogen en vraagt een vrolijke stem:
“Are you happy?”

Een doorsnee massagesalon in Bangkok.
Eindelijk lig ik weer op ‘n mat in een aircokamertje tussen druk kwebbelende vrouwtjes en krakende toeristen.

M’n reis is begonnen..
Jaren heb ik ernaar toegeleefd, over gedroomd, plannen gemaakt, mensen tot vervelens toe de oren van de kop gezeurd... M'n leven bijna uitgesteld tot dit moment.
Alles wat ik tot nu toe heb gedaan, was een voorbereiding voor dit ene, dit heilge reizen.
Eindelijk is het moment aangekomen dat ik m'n langgekoesterde droom ga Léven!
Na een jarenlang gevecht voor mijn lichamelijke, mentale en emotionele gezondheid is het nu tijd voor de zeven vette jaren.
I have a dream... Dít is het moment.

Samen met m’n mister right now, een half jaar naar Thailand, naar ’n al jaren eerder ontdekt droomstrand m'n tweede carriere beginnen.
Ik kom goed beslagen ten ijs; als dat een uitdrukking is waar ik in de tropen mee wegkom.

Erg veel heb ik opgestoken van m'n burn-out en ken die voetklemmen en valkuilen beter dan de inhoud van m’n rugzak.
Ik heb moeten leren genieten en ontspannen; mezelf de ruimte geven en naar m’n hart luisteren.; leren verlangen, maar niets te verwachten; ontstressen, onderzoeken, mezelf waarderen en transformeren, dankbaar zijn en accepteren.; ophouden druk op mezelf te leggen en vooral geloven in mezelf. Tot ik mezelf bijna de strot uitkwam, maar het bleek hard nodig, want ik had me d’r toch een potje van gemaakt...
Maar ook leren geloven was nodig. Geloven in wie ik was, wat ik wilde en wat ik kon.
Geloven dat het mogelijk was om deze reis te gaan doen: terugkeren naar het paradijselijke strand, dat ik op eerdere omzwervingen al had ontdekt, waar ik een paar maanden heb gewoont en sindsdien van heb gedroomd.
Toendertijd was ik er om mezelf te helen, van een onbekende ziekte die me al jaren kwelde en waardoor ik steeds maar weer op m’n gat viel als ik weer wankel op m’n benen stond.
Nu is het de bedoeling dat ik zelf een healer ga zijn.
Na ’n intensieve coaching opleiding, ’n oneindige lijst van heling en therapie en een leuke verzameling ervaringsdeskundigheid, ben ik klaar om mijn bijdrage te gaan leveren, aan dat strand dat mij ooit zoveel geschonken heeft. Klaar om nu mijn eigen licht te gaan verspreiden en en passant wat andere lichtjes aan te steken.

Mijn nieuwe BeLight! inspiratiecentrum is geboren. De website is klaar, onze huizen zijn onderverhuurd, iemand blij gemaakt met de auto, belastingdienst en kamer van koophandel ingelicht. Bezigheden zijn duidelijk, ticket geboekt, daar gaan we dan. Weg van de kille, natte en grijze Nederlandse winter; op naar de zon! Weg van de bladblazers en opstaande kragen. Op naar de zinderende zon, bikini’s en flipflops.
De verwachtingen zijn hooggespannen.
Dit is het begin van de rest van m'n nieuwe leven en ik weet het zeker: deze reis gaat mijn leven veranderen.
Na achterlating van; een eigen huis, een plek onder de regenwolken; een volwassen zoon;
een ‘s winters onbruikbare roze oldtimer cabriolet;
’n oudbakken rammelbak van een fiets met hysterisch overslaande versnellingen;
een hele schare liefdevolle, meelevende vrienden en een al te heerlijk bed,
vliegen we via Dusseldorf naar dit Oost- Aziatische koningkrijk wat de naam “vrij land” heeft gekregen.
Onze eigen ultieme vrijheid tegemoet.